Met name in het
reguliere circuit komen we de cognitieve therapieën het meest tegen, waarmee
bedoeld wordt dat de nadruk ligt op de cognitie, het begrip. Daarbij brengt
de therapeut op een efficiënte wijze meer structuur aan in de gedachten en
gedragingen, als gevolg waarvan de problematiek langzaam minder wordt en
misschien wel helemaal verdwijnt. Hoewel iedere goed opgeleide therapeut
meerdere werkvormen adequaat afwisselt, en dus ook deze, komen we in deze
groep soms de over-verstandelijke therapeut tegen die maar heel moeilijk kan
omgaan met zijn eigen emoties en die van zijn cliënten. Daarnaast zijn er
ook veel therapeuten die heel scherp onderkennen wanneer het activeren van
emoties niet zinvol is, of zelfs schadelijk kan zijn.
Spanningsverwerkende
therapieën
Cognitieve
therapeuten benadrukken doorgaans dat het bij de therapie alleen gaat om het
verkrijgen van meer inzicht. Andere therapeuten leggen meer de nadruk op het
feit dat bepaalde inzichten niet kunnen doorbreken als er innerlijke
blokkaden zijn. Daarnaast zijn er ook problemen van psycho-somatische aard.
Migraine heeft bijvoorbeeld meestal een psychische oorzaak. Maar of we die
oorzaak dan ook kunnen vinden is nog maar de vraag. Altijd gaat het dan om
onverwerkte emoties, van welke aard dan ook. Als er geen duidelijk verband
is tussen de klacht en een aantoonbaar gebrek aan inzicht, verandert de
situatie. Soms kan een cognitief gerelateerde therapie heel goed werken,
soms hebben die geen enkel effect.
De groep therapieën
waarin wel met emoties wordt gewerkt is zo uitgebreid, dat het mij zinvol
lijkt om daarin twee gradaties aan te brengen. Omdat deze gradaties ook in
de regressietherapie voorkomen, ga ik daar vanuit.
In het eerste geval
worden er emoties en/of lichamelijke spanningen opgerakeld en zo mogelijk
verwerkt, zonder dat er belangrijke indrukken komen van het verleden. Het
gaat dan bijvoorbeeld om de ontlading van woede in het hier-en-nu, en niet
om de ontlading van woede in het onverwerkte verleden. Hoewel er in zo'n
geval geen sprake is van een regressie, is dat toch het werk van de
regressietherapeut, waarbij ik opmerk dat een allround hypnotherapeut naast
de regressietherapie ook de volgende technieken beheerst. Ik denk dan
bijvoorbeeld aan NLP, gestalttherapie of familieopstellingen. Hoewel de ene
werkwijze beter aansluit bij de problematiek en de behoeften van de cliënt
dan de andere werkwijze, is het vertrouwen in de therapeut van het grootste
belang, waarbij ook nog meespeelt dat deze technieken elkaar allemaal
overlappen.
In tegenstelling tot
de therapeuten die niet of niet goed met emoties kunnen omgaan, stuiten we
nu op therapeuten, die op iedere emotie afschieten alsof dat een doel op
zich is, terwijl ze de regressie als het heil voor de mensheid zien. De
goede regressietherapeuten kunnen daarentegen scherp beoordelen wanneer die
emoties juist niet geactiveerd moeten worden. De ene persoon moet zijn
onverwerkte emoties namelijk tot op de bodem toe uitwerken en uitvoelen,
terwijl de ander moet leren daar afstand van te nemen. Ook hier geldt dat de
ene therapievorm voor iemand beter is dan de andere. Stel dat een man nog
heel boos is op zijn moeder, terwijl die vrouw al lang geleden is gestorven.
De ene man kan dat probleem innerlijk bij een regressietherapeut verwerken,
de andere kan dat veel beter doen in de bekende therapievorm 'familie-opstellingen'.
Die moeder is dan namelijk lijfelijk aanwezig, in de vorm van een
vrouwelijke deelneemster van die groep, die de rol van die moeder speelt.
Sommige mensen reageren daar heel sterk op, terwijl anderen zoals ze zelf
zeggen daar niet "intrappen". Zij kunnen dat probleem alleen innerlijk
verwerken, en zeker niet projecteren op een surrogaatmoeder.
De cliënt die dat wel
kan, reageert in het hier-en-nu op die surrogaatmoeder, maar ziet in feite
de realiteit niet meer, omdat hij zijn moeder voor zich ziet zoals ze
destijds was. Daarom is dat al een overgangsvorm naar de tweede situatie,
waar het gaat om spanningen en emoties die onlosmakelijk zijn verbonden met
een reeks ervaringen uit het onverwerkte verleden. Hoewel er dan sprake is
van echte regressietherapie, zijn er ook andere therapievormen die in plaats
daarvan toegepast kunnen worden. Helaas doet zich daarbij de situatie voor,
dat veel therapeuten de nadruk leggen op het unieke van hun eigen therapie,
en dan denken dat ze daarmee alle problemen in de wereld kunnen oplossen.
Anderen benadrukken oeverloos dat we in het hier-en-nu moeten blijven,
waarmee ze indirect aangeven hoe weinig inzicht ze hebben in het wezen van
de therapie. Als mensen de neiging hebben om voor problemen te vluchten, of
als ze niet stabiel genoeg zijn om het onverwerkte verleden op te rakelen,
heeft de regressie geen zin. Dat klopt. Maar als het onverwerkte verleden
als een blok op de maag ligt, en mensen geneigd zijn om hun problemen op de
juiste wijze aan te gaan, kan een regressie bij hun soms wonderen
verrichten.
In die gevallen wordt
de nog resterende onverwerkte problematiek van het verleden opgelost en
afgerond. Het kind dat vroeger niets mocht zeggen, ervaart dat het zich nu
wel kan uiten. De woede die het slachtoffer van de beul met de vurige pook
indertijd niet kwijt kon, komt nu wel vrij. Het slachtoffer pakt zijn beul
dan terug, door hem grondig te laten voelen hoe erg dat was. Het meisje dat
maar niet kon begrijpen, waarom haar vader haar zo had kunnen misbruiken,
ziet nu in zijn ogen hoe ziek hij was, waarna ze haar spanningen kan
loslaten. De man die doodsbang was voor de leeuwen die hem opvraten, ontdekt
dat hij ze rustig kan laten komen, terwijl er niets meer gebeurt. En de
vrouw die doodsbang was om naar de hel te gaan, ontdekt dat er helemaal geen
hel bestaat.
De regressie
Regressie betekent
teruggang naar het verleden. Daarbij gaat het in de therapie dus niet om de
een of andere levendige herinnering, maar veel meer om de
lijfelijk-emotionele herbeleving van een onverwerkte ervaring. Meestal ligt
de nadruk het sterkst op de emotie, maar een onverwerkte ervaring kan ook zo
lijfelijk worden uitgedrukt, dat de cliënt weer helemaal dat kind wordt uit
zijn vroege jeugd. Omdat men tijdens de regressie zowel in het hier-en-nu
aanwezig is als in het verleden, is de regressie gebaseerd op een polair
spanningsveld. Daarbij zijn we het ene moment het sterkst in het hier-en-nu
aanwezig en dus zintuiglijk bewust van onze omgeving, terwijl we even daarna
wegzakken in het verleden. Maar zelfs als de remigrant (wie regresseert)
gaat praten als een kind, of bij uitzondering spreekt in de taal van een
vorig leven, blijft hij nog aanspreekbaar. Het komt wel voor dat de
remigrant op een bepaald moment niet meer bereikbaar is. Maar als de
therapeut dan kalm en rustig blijft, eventjes wacht en daarna voorzichtig
weer contact maakt, is er geen enkel probleem.
Regressie- en
reincarnatietherapie
De vermelding van de
namen regressietherapie en reïncarnatietherapie zou kunnen suggereren dat er
sprake is van twee verschillende vormen van therapie. Dat is niet het geval,
omdat die scheiding kunstmatig is. Hoe meer nadruk er op die verschillen
wordt gelegd, hoe sterker iemand namelijk zijn visie naar voren wil brengen
ten gunste of ongunste van de reïncarnatiegedachte. In het dagelijkse leven
is daar niets mis mee, maar in de therapie is dat ongepast.
Als mensen met een
bepaald doel willen weten wat er in hun vorige levens is gebeurd, staat het
iedere therapeut vrij om aan die behoefte tegemoet te komen. Er is dan geen
sprake van therapie, maar van onderzoek en/of groeitherapie.
De vragen van de cliënt variëren dan van louter nieuwsgierigheid tot een
weloverwogen keuze om op die manier aan zichzelf te werken. In dit soort
gevallen zijn er zelden problemen, want deze mensen zoeken bij voorbaat naar
een therapeut die hun vraag en de opgedane indrukken serieus neemt.
De mensen die een
probleem hebben en daarvoor in therapie gaan, maken die keuze in veel
gevallen niet. Zij willen alleen van hun probleem af, waarbij de aard van
het probleem bepaalt in welke context dat probleem opgelost moet worden. Als
er dan vanzelf indrukken komen uit vorige levens, dienen die ervaringen in
alle gevallen serieus genomen te worden. Ook al omdat het heel goed mogelijk
is, dat het probleem alleen op die manier kan worden verwerkt.
Dat is echter lang
niet altijd het geval, wat sommige reïncarnatietherapeuten niet schijnen te
begrijpen. Soms is het absoluut noodzakelijk om een actueel probleem te
verwerken in de context van een vorig leven. Maar in veel gevallen kan dat
probleem zowel in een vorig leven als in de jeugd worden verwerkt. En in
weer andere gevallen zoeken we in het verleden alleen naar de kernoorzaak
van het probleem, waarna dat probleem in het hier-en-nu moet worden
opgelost.
Deze varianten
brengen met zich mee, dat een regressietherapeut zijn ongeloof in de
reincarnatie voor zich dient te houden, en vanuit dat oogpunt geen grens mag
trekken tussen de onverwerkte ervaringen uit dit leven (werkelijk) en de
ervaringen uit vorige levens (fantasie). Het is niet zijn taak om daarover
een oordeel te vellen, hij dient de cliënt serieus te nemen. Alleen daar
gaat het om. Toch kan de meer op de reïncarnatie gerichte therapeut door
zijn specifieke ervaringen beter omgaan met de meest verschrikkelijke
martelingen, met de onverwerkte sterfervaring en bijvoorbeeld met zwarte
magie. Dat neemt niet weg dat veel regressietherapeuten wel goed begeleiden,
maar betrekkelijk weinig inzicht hebben in het reïncarnatieproces als
zodanig en in de daarbij horende ontwikkelingen door de levens heen. Ik heb
dat uitgewerkt in de sporentheorie van de UG en beschreven in mijn boek 'De
dood het achterhaalde einde'.
Hypnose en trance
Therapeuten van een
opleidingsschool waar de nadruk ligt op de reïncarnatietherapie, hebben soms
de neiging om te benadrukken dat zij geen hypnose toepassen. Als zij dat
doen om de cliënt gerust te stellen is dat prima. Maar een enkeling is zo
slecht geïnformeerd, dat hij denkt dat hypnotherapeuten dat wel doen. In dat
verband wijs ik erop dat de moderne hypnotherapie pas in 1980 tot
ontwikkeling is gekomen, zodat we een duidelijk onderscheid moeten maken
tussen de oude en nieuwe hypnose. Vóór 1980 hypnotiseerde men nog op de oude
autoritaire manier, maar daarna veranderde dat volledig, terwijl de naam
hypnotherapie onveranderd bleef bestaan. De hypnose die nu wordt toegepast,
is niets anders dan trance, de toestand waarin we minder bewust worden van
de omgeving en gelijktijdig meer bewust worden van onze innerlijke
werkelijkheid. En zo zien we dat de therapeuten die benadrukken dat zij geen
hypnose toepassen, precies op dezelfde wijze te werk gaan als de
hypnotherapeuten die dat wel doen. What's in a name?
Het woord trance
roept bij veel mensen afkeer op, als men het verbindt met een trancemedium
dat meent overledenen op te kunnen roepen. Maar wie in gedachten langs het
strand loopt en de golven hoort of het zand onder de voeten hoort, is ook al
in trance, omdat de innerlijke werkelijkheid dan verschilt van de uiterlijke
werkelijkheid. Trance is namelijk niets anders dan de verschuiving van het
bewustzijn van de buitenwereld naar de binnenwereld, wat enerzijds volkomen
normaal is en anderzijds ook excessieve vormen kan aannemen. Wel is het zo,
dat men in trance rustiger en passiever is dan anders, omdat het actieve
denken tot rust moet komen, wil men in trance komen.
Wie meer van dit
alles wil weten, verwijs ik naar mijn boek 'De dood het achterhaalde einde'.