PERSOONLIJKE INFORMATIE

   

De websites peterenjoanmaas.info en universelegestalttheorie.nl komen uit dezelfde doelstelling voort: Het geven van  informatie die wij relevant achten.

 

Regressietherapie

Wat de therapie betreft, is het mijn ervaring dat veel regressietherapeuten (de reïncarnatietherapie valt daaronder) bij ieder probleem direct naar het verleden gaan, wat in veel gevallen niet of minder effectief is dan een andere aanpak. En nog minder vaak is het zinvol om te gaan spitten in vorige levens. Dat klinkt misschien vreemd uit de mond van een docent die een kwart eeuw les heeft gegeven in deze therapievorm. Maar het feit dat ik deze therapie zo belangrijk vind, houd voor mij in dat de waarde ervan alleen tot zijn recht komt als die wordt toegepast wanneer dat relevant is. En dat is lang niet altijd het geval.  Het is altijd mijn doel geweest om zo efficiënt mogelijk te werken, waarbij ik niet volgens een vast therapiemodel werk, maar probeer te onderzoeken wat de cliënt nodig heeft. En dan moet men zich niet beperken tot een enkele werkwijze zoals de regressietherapie, NLP, gedragstherapie, gestalttherapie, transactionele analyse  of wat anders dan ook. Ik ervaar het als een geweldig voordeel dat ik dit vak heb geleerd van mijn cliënten in de tijd dat er nog geen opleidingen waren. Want elke werkwijze die je zelf al ploeterend ontdekt, heeft veel meer waarde dan wat je van ander leert.

 

Reïncarnatie

 Daarnaast gaat mijn interesse in de reïncarnatiegedachte veel verder dan het geven van therapie. Ik wil tot in de kleinste details weten hoe dat proces werkt, waarbij het heel belangrijk is om bij dat onderzoek uiterst kritisch te werk te gaan. Daarbij is het de kunst om niet teveel ondergedompeld te raken in allerlei esoterische opvattingen die wel heel mooi klinken maar in werkelijkheid geen hout snijden. Daarbij heeft mijn onderzoek uiteindelijk geleid tot de ontwikkeling van de Universele Gestalttheorie. Ook daarover vermeld ik op deze website het een en ander.


Mijn eigen weg

Op zoek

In de tijd dat ik de theosofie bestudeerde, raakte ik onder de indruk van de verregaande inzichten van de Tibetaans-boeddhistische monniken Moria en Koot Hoomi. Zij hadden de Russin Blavatsky de kennis gegeven, die zij aan het einde van de 19e eeuw in de vorm van de theosofie naar het westen bracht. Enige vorm van persoonsverheerlijking was en is mij vreemd, maar hun kennis was voor mij onbetwijfelbaar. Wel miste ik in die tijd nog de mogelijkheid om zelf onderzoek te kunnen doen.

Dat veranderde in 1978 toen de Vereniging voor Educatieve en Experimentele Hypnose werd opgericht. Daar beoefenden we in werkgroepen het hypnotiseren, waarna ik al vrij snel onderzoek deed naar de waarde van de herbeleving van vorige levens. Dat leidde er na verloop van tijd toe dat ik me ging bekwamen als regressie-reïncarnatietherapeut, waarna ik in 1983 docent werd bij het eerste instituut waar men op H.B.O.-niveau het vak van hypnotherapeut kon leren. Daarbij is de naam hypnotherapeut in zekere zin misleidend, omdat de goed opgeleide hypnotherapeut niets doet wat maar enigszins op hypnose lijkt.

Door mijn vele contacten raakte ik bevriend met enkele mediums die mijn begeleiding nodig hadden, terwijl ik als wederdienst met hun mediamieke mogelijkheden mocht experimenteren. Al doende ging ik steeds beter begrijpen hoe het reïncarnatieproces verloopt. En zo kwam ik tot het inzicht dat enkele uitspraken van de reeds genoemde Tibetanen niet juist zijn overgebracht of om andere reden niet kloppen. Het effect daarvan acht ik zo groot, dat geen theosoof, antroposoof of rozenkruiser zijn/haar leringen met betrekking tot de wedergeboorte kan begrijpen. Ik heb dat uitgebreid beschreven in mijn eerste boek 'De dood het achterhaalde einde'.

Verloren gegane kennis

Dit alles neemt niet weg, dat mijn lijfboek 'De Geheime Leer' van Blavatsky mijn kijk op het verleden grondig had veranderd. Zo was ik tot het inzicht gekomen, dat er in de oudheid een besloten kennisgebied heeft bestaan dat zo geheim was, dat die kennis op enkele brokstukken na verloren is gegaan. Daarmee stel ik dat sommige mensen in een zeer ver verleden minstens evenveel begrepen van het ongeziene, als de moderne wetenschapper nu begrijpt van het geziene. Een klein deel van die onbekende leer is zoals gezegd aan het einde van de 19e eeuw door de Russin Blavatsky geopenbaard in de vorm van de theosofie. Maar omdat die leer na haar dood nergens op een bevredigende wijze is uitgewerkt, heeft de esoterie in het algemeen zijn functie verloren. En met die stelling kwam ik tot het inzicht dat deze tijd vraagt om een eigentijdse bewerking van de oude leer.

De Universele Gestalttheorie

In dat opzicht ging mijn interesse vooral uit naar de regel van Hermes die zegt 'zo boven zo beneden'. Want daaruit leidde ik af dat die oude leer gebaseerd was op het inzicht dat alles in het universum dezelfde grondstructuur heeft. En als we in staat zijn om die te reconstrueren, moet het mogelijk zijn om de wereld en de mens in al zijn aspecten veel beter te begrijpen.

Daarover nadenkend voelde ik me vooral aangetrokken tot de Griekse wijsgeer Plato, die erkende dat hij door inwijding aan geheimhouding was gebonden. Nadat hij een geschrift van Pythagoras in handen had gekregen, beschreef hij in zijn boek 'Timaios' dat de wereld een structuur heeft die we in enkele wiskundige figuren tegenkomen. Dat inzicht sprak mij geweldig aan, hoewel ik zijn verwijzing naar de vier regelmatige figuren zoals de kubus niet begreep. Uiteindelijk liet ik die figuren met rust en ontdekte dat de drie elementen van een bol een verhouding hebben, die we overal terugvinden in de structuur van de wereld.

Dat deze visie op de werkelijkheid volslagen nieuw is, kan ik niet ontkennen. Maar wie ‘De Geheime Leer’ leest, kan met mij tot de conclusie komen dat wij onmogelijk iets nieuws kunnen bedenken. De hoogste ingewijden in de oudheid hadden zoveel overzicht en inzicht, dat wij slechts in staat zijn om een klein gedeelte van de oudste leringen te reconstrueren en in kaart te brengen. Maar omdat wij primair gericht zijn op de analyse, kunnen wij die nieuw verworven inzichten veel gedetailleerder uitwerken dan ooit eerder het geval is geweest.

Mijn presentatie van de UG stel ik volledig ter discussie, omdat die door anderen verbeterd en aangevuld moet worden. Maar als theorie kan de UG geen hypothese zijn, omdat deze benadering van de werkelijkheid een kwestie is van “to see or not to see”. Dat standpunt maakt mijn positie kwetsbaar, omdat niemand het in zijn hoofd zal halen om een theorie zo te presenteren. Daar komt nog bij dat ik ervan overtuigd ben dat deze theorie op de lange duur steeds belangrijker zal worden. Als ik er daarom niet zeker van zou zijn dat de UG is gebaseerd op de universele leer die in alle eeuwigheid heeft bestaan, durfde ik dat nooit te zeggen. Noch zou ik daartoe zelfs de behoefte voelen.

[Picture]     Ga naar www.universelegestalttheorie.nl

[Picture]     Terug naar homepage